Puk en Muk

 

In de jaren 1927 tot 1960 verschenen er 17 titels over de kabouters Puk en Muk. In het eerste boek worden ze als volgt getypeerd: “Puk en Muk waren twee kaboutertjes. Maar het waren geen gewone kaboutertjes met ’n lange baar, ’n Roode neus en ’n paar spillebenen. Nee, het waren kabouters van Klaas Vaak.” de delen 1 tot 13 zijn geschreven door de onderwijzer Ad van Ostaden, die in 1916 bij de Tilburgse Fraters was ingetreden als Frater Franciscus. Hij gebruikte voor de boekjes een pseudoniem, de schrijversnaam Frans Fransen. Deze boekjes zijn geïllustreerd door Carl Storch, van geboorte Hongaar, die vanaf zijn veertigste levensjaar als tekenaar in Salzburg werkte. Over de relatie en samenwerking tussen de Broeder-schrijver Frans Fransen en de Duitstalige tekenaar Carl Storch is een spannend boek te schrijven. (Alle gegevens kunnen liefhebbers nalezen in het boek dat Kees Kolen in 1986 schreef: ‘Puk en Muk uit de Schaduw van Tilburg’.) De verhalen over Puk en Muk verschenen eerst in afleveringen in het tijdschrift De Engelbewaarder, hetgeen zeer aan de populariteit van dat Roomse blad heeft bijgedragen. Dat ze vroeger massaal gekocht en gelezen werden, blijkt uit de volgende anekdotes. Bij ons tegenover woonde de familie Thomassen, een duidelijk katholiek middenstandsgezin.De jongste dochter was mijn boezemvriendin; bij de Thomassens hadden ze niet alleen acht kinderen maar ook bijna de hele reeks. En dat is niet verwonderlijk, want tot 1960 zijn er ongeveer 1 miljoen exemplaren van verkocht.Een bestseller dus. Bij mijn latere vriend Horst was er een oudere halfbroer die ’s middags na school elke dag een stuk van een van de verhalen vertelde; elke morgen aan het einde van de ochtend werd bij hem op school voorgelezen uit een van de Puk en Muk- boeken. Allerlei uitspraken uit die boekjes werden bij de familie Schrooten aan tafel als vaste citaten gebruikt.